Japanse rederij wil datacenterschip bouwen

Japanse rederij wil datacenterschip bouwen
Beeld: MOL

De Japanse rederij MOL denkt dat de toekomst van datacenters op de zee te vinden is. Het bedrijf start met de ontwikkeling van een drijvend datacenter.

Japanse rederij Mitsui O.S.K. Lines (MOL) heeft een overeenkomst getekend met Kinetics voor de bouw van een datacenterschip. Samen zullen de twee partijen het drijvende datacenter ontwikkelen. MOL ziet het groots, want de vooropgestelde capaciteit van het datacenterschip is 20 MW tot zelfs 73 MW. Ter vergelijking: het pas geopende moderne datacenter van Penta Infra in Zellik heeft een initiële capaciteit van 7 MW.

Stroomschip

Het drijvende datacenter moet zijn stroom halen van een verscheidenheid aan bronnen. De wal wordt vermeld, al betwijfelen we dat 73 MW-aansluitingen voor walstroom talrijk zijn. De elektriciteit kan ook geleverd worden door een stroomschip. Dat is een drijvende elektriciteitscentrale. MOL klopt daarvoor aan bij Karpowership, dat een vloot van dergelijke schepen bezit.

Beeld: Karpowership via MOL.

Het datacenterschip moet vervolgens verbinden met een Internet Exchange op het land, of via onderzeese kabels. Het ontwerp voor het schip en het datacenter wordt dit jaar afgerond. De conversie van een bestaand schip volgt in 2026, met de ambitie om in 2027 een operationeel drijvend datacenter te hebben.

Troeven

MOL ziet verschillende voordelen. Zo neemt een drijvend datacenter geen kostbaar land in beslag, en duurt de conversie van een schip naar een datacenter niet zo lang. MOL spreekt van een jaar, waar de bouw van een site op het land tot drie jaar kan duren. Ook mobiliteit moet een troef zijn, al vragen we ons af in welke context de vraag op zo’n manier zal verschuiven dat het interessant is een heel datacenter naar ergens anders te varen.

lees ook

Supercomputer in de vitrine: op bezoek bij het eerste Belgische datacenter van Penta Infra

Beschikbaarheid van stroom is de grootste uitdaging voor datacenterboeren wereldwijd. Dat lost MOL op door de compatibiliteit met een stroomschip. Zo komt het drijvende datacenter met z’n eigen elektriciteitscentrale. De vraag is maar in welke mate het vanzelfsprekend is om zo’n combinatie met de nodige vergunningen aan te meren en op te starten.

Waterkoeling

Het datacenter aan boord van het schip zal water inzetten voor koeling. Dat kan zowel zeewater als zoetwater zijn. Daarmee verwacht MOL een hoge efficiëntie te bereiken en dus de kosten te drukken.

Het plan is alleszins ambitieus en kan een niche vervullen. In welke mate een schip echt de vraag naar datacentercapaciteit met een lage latency kan beantwoorden, zal blijken vanaf 2027.