Microsoft toont tijdens Ignite de tweede generatie van de huisgemaakte Cobalt-chips. De chips zijn geoptimaliseerd om Azure-workloads zo efficiënt mogelijk te draaien.
Microsoft onthult de Azure Cobalt 200: een nieuwe generatie Arm-processors voor cloud-native workloads. Cobalt 200 is de spirituele opvolger van de eerste generatie die in 2023 werd gelanceerd en is ontwikkeld door Microsoft voor Azure-workloads. De chip belooft tot 50 procent betere prestaties dan zijn voorganger en richt zich op efficiëntie, beveiliging en ondersteuning voor diverse cloudtoepassingen, schrijft Microsoft in een blog.
Efficiëntere cloudprestaties
Microsoft stelt de Cobalt 200 voor als opvolger van de Cobalt 100, die sinds 2024 beschikbaar is in 32 Azure-regio’s, waaronder West-Europa. De nieuwe chip is naar zeggen van Microsoft ontworpen op basis van inzichten uit echte klantworkloads in Azure en werd uitgebreid getest met 140 benchmarkvarianten die typisch gebruik van databases, webservers, opslag en netwerkactiviteiten weerspiegelen.
De Cobalt 200 is gebaseerd op de Arm Neoverse CSS V3-architectuur en bevat 132 cores. Elke core beschikt over 3 MB L2-cache, met in totaal 192 MB L3-cache. Microsoft zet sterk in op energie-efficiëntie: elke core kan individueel worden aangestuurd dankzij dynamische voltage and frequentieschaling. De chip wordt geproduceerd op het 3 nanometer-proces van TSMC.
Een opvallende keuze in het ontwerp is de focus op universele rekentaken zoals compressie, decompressie en encryptie. Microsoft heeft daarvoor aparte hardwareversnellers geïntegreerd in de SoC-architectuur, wat moet zorgen voor lagere CPU-belasting en dus lagere kosten. Zo zou Azure SQL profiteren van efficiënter gebruik van rekencapaciteit door encryptietaken te offloaden.
Versterkte beveiliging
Cobalt 200 bevat een aangepaste geheugencontroller waarmee geheugenversleuteling standaard actief is, zonder merkbaar prestatieverlies. De chip ondersteunt ook de confidential computing-architectuur van Arm, die het geheugen van virtuele machines isoleert van het besturingssysteem en de hypervisor.

Naast de CPU zelf heeft Microsoft ook aan de randinfrastructuur gewerkt. De Cobalt 200-servers zijn uitgerust met Azure Boost, dat netwerk- en opslagverkeer versnelt door deze taken uit te besteden aan aangepaste hardware. Een geïntegreerde beveiligingsmodule werkt samen met Azure Key Vault voor het beheren van encryptiesleutels.
De eerste servers met Cobalt 200 draaien al in datacenters van Microsoft voor intern gebruik. Een bredere uitrol naar klanten staat gepland voor 2026. Met eigen chips wil Microsoft zijn afhankelijkheid van externe leveranciers afbouwen en zijn Azure-datacenters volledig naar eigen hand zetten.
