Ook Intel verkiest AI-geld boven betaalbare consumenten-hardware

Intel Xeon CPU Professor Chip 10

Intel zet zijn fabrieken maximaal in om Xeon-chips voor datacenters te bouwen, ten koste van processors voor instapvriendelijke laptops.

De honger van AI-giganten zoals Meta, Google, OpenAI en Microsoft heeft eerst RAM voor pc’s onbetaalbaar gemaakt. Daarna schoot de prijs van flash-geheugen de hoogte in, gevolgd door harde schijven. Nu blijkt dat ook de beschikbaarheid van gewone laptopprocessors zal lijden onder de niets ontziende AI-hype.

Focus op Xeon

Dat laat Intel zelf weten in een gesprek met analisten over zijn vierde fiscaal kwartaal. Daarin geeft het bedrijf aan dat de vraag naar Xeon-processors van datacenterspecialisten aanzienlijk hoger uitvalt dan verwacht. Dat komt omdat Xeon-chips het kloppende hart zijn van veel AI-systemen. Het gros van de servers met Nvidia Hopper of Blackwell aan boord, heeft een Xeon-CPU van Intel aan boord als host.

lees ook

Prijzen SSD’s en HDD’s schieten de hoogte in

Nvidia voorziet wel zelf een CPU in zijn Grace-Hopper en Vera-Blackwell-systemen, maar de klassiekere architectuur met een x86-CPU centraal blijft toch heel populair. Zonder Xeon geen AI-server dus, en dat heeft Intel goed begrepen.

Hogere marges

Een Xeon-chip brengt immers veel meer geld in het laatje dan pakweg een Intel Core 5-cpu voor instaplaptops, dus zet Intel zijn productiecapaciteit maximaal in op Xeons voor het datacenter te fabriceren.

Het client-segment wordt daarbij niet compleet uit het oog verloren. Intel Core Ultra-chips blijven wel degelijk van de band rollen, maar ook hier kiest Intel voor de meer premium-chips die hogere marges opleveren.

Voorlopig heeft de verschuiving naar Xeon-productie vooral een impact op chips van de vorige generatie. De nieuwe Panther Lake-CPU’s, gebouwd op het Intel 18A-bakproces, zijn op dit moment vrijgesteld. Intel heeft immers nog geen significant aanbod van Xeon-processors op de markt die gebruik maken van Intel 18A. Clearwater Forest is een uitzondering, maar die Xeon-chip is niet ontworpen op maat van de AI-servers.

Geen ‘normale’ laptops meer

De verschuiving naar Xeon vindt dus vooral plaats voor de Intel 3- en Intel 7-productielijnen. De impact zal bijgevolg het meest voelbaar zijn bij de minder spannende laptops. Wie een saai maar degelijk instapsysteem wil, met een banale Intel-processor, een klassieke 16 GB RAM en een SSD van 256 GB, valt steeds meer in een gat. Geen van die genoemde componenten zijn nog prioriteit voor hun respectievelijke fabrikanten, waardoor het aanbod te laag is voor de vraag en de prijs flink stijgt.