Itdaily - Wat is er nodig om een eigen LLM te maken? 

Wat is er nodig om een eigen LLM te maken? 

Wat is er nodig om een eigen LLM te maken? 

Hoe bouw je als bedrijf een eigen LLM dat perfect is afgestemd op jouw processen en context? 

Steeds meer bedrijven willen experimenteren met een eigen large language model (LLM). Zo’n model kan interne documenten analyseren, medewerkers ondersteunen bij vragen of klanten helpen via chatinterfaces. De aantrekkingskracht is duidelijk: een AI-systeem dat specifiek is afgestemd op jouw bedrijf waardoor jouw data lokaal blijven. 

Toch is een LLM bouwen niet zo simpel. Achter een model zoals ChatGPT of Gemini schuilt een maandenlang ontwikkelingsproces dat bestaat uit meerdere fases. Dat proces begint bij dataverzameling, gevolgd door training, fine-tuning en uiteindelijk uitrollen. 

Elke fase vraagt andere technologie, expertise en infrastructuur. Bedrijven moeten ook nadenken over datakwaliteit, privacy en de praktische integratie van AI in hun dagelijkse workflows. Wie een eigen LLM wil bouwen, moet dus zowel technisch voorbereid zijn als een gestructureerd plan van aanpak hebben. 

Data verzamelen: de kennis van AI 

Data vormt altijd de basis van elk AI-model. Large language models leren na talloze trainingen om taal te begrijpen. Ze analyseren gigantische hoeveelheden tekst en herkennen daarin patronen. Hoe groter en relevanter de dataset, hoe beter het model die context kan interpreteren. 

Voor modellen zoals GPT-5 gebruiken ontwikkelaars vaak miljarden documenten van het internet. Denk aan websites, boeken, code, wiki’s en wetenschappelijke papers. Die enorme datasets zorgen ervoor dat een model over een breed kennisveld beschikt. 

Bedrijven die een eigen LLM ontwikkelen, combineren vaak publieke data met interne data. Die interne data kunnen bijvoorbeeld bestaan uit technische documentatie, supporttickets, productinformatie of specifieke terminologie. Voor bedrijven is vooral de kwaliteit van die data belangrijk. Foute datasets kunnen ervoor zorgen dat het model verkeerde output geeft. Daarom is het belangrijk om je data ‘op te schonen’, te structureren en te filteren voor ze gebruikt worden om te trainen. 

Training: het model leren voorspellen 

Na de dataverzameling volgt de trainingsfase. Tijdens die stap leert een neuraal netwerk patronen te herkennen in tekst. Eigenlijk probeert het model elke keer opnieuw te voorspellen welk woord het meest waarschijnlijk volgt in een zin. 

Door die patroonherkenning miljarden keren te herhalen, leert het model grammatica, context en verbanden te leggen. Dat is ook de reden waarom LLM’s zo goed zijn in het genereren van coherente tekst of het beantwoorden van vragen. 

Training van een groot taalmodel vereist echter enorme rekenkracht. De meeste moderne LLM’s worden getraind op honderden GPU’s die weken of maanden aan een stuk door berekeningen uitvoeren.  Voor veel bedrijven is het volledig trainen van een nieuw model financieel niet haalbaar. De kosten voor hardware en energie lopen al snel op tot miljoenen euro’s. Daarom kiezen bedrijven vaak voor platformen als Hugging Face, waar een bestaande open-source basis verder aangepast kan worden. 

Fine-tuning: het model slimmer maken 

Een algemeen taalmodel kan veel vragen beantwoorden, maar mist vaak specifieke bedrijfskennis. Daarom volgt na het invoeren van data meestal een fase van fine-tuning. Daarbij wordt het model verder getraind op een kleinere en meer gerichte dataset. Zo leert het model beter omgaan met termen, processen en context die typisch zijn voor dat bedrijf. 

Er bestaan verschillende technieken om modellen te verfijnen. Bij supervised fine-tuning trainen ontwikkelaars het model met voorbeelden van correcte antwoorden. Andere methodes gebruiken menselijke feedback om het model beter te laten reageren op complexe vragen.  Veel bedrijven gebruiken ook retrieval augmented generation (RAG). Daarbij blijft het model relatief klein, maar haalt het tijdens een vraag automatisch relevante documenten uit een databank. Dat maakt het systeem meer nauwkeurig en vermindert de kans op hallucinaties. 

Deployment: AI integreren in toepassingen 

Wanneer een model getraind en verfijnd is, moet het nog bruikbaar gemaakt worden. Die stap heet deployment. Daar wordt het AI-model geïntegreerd in applicaties of bedrijfsprocessen. 

Dat kan bijvoorbeeld via een chatbot of een API die andere software kan gebruiken. Het model wordt dan onderdeel van bestaande workflows en systemen. Tijdens deze fase moet je rekening houden met bepaalde factoren. Schaalbaarheid en beveiliging zijn bijvoorbeeld cruciaal wanneer een AI-systeem door veel gebruikers tegelijk wordt gebruikt. 

Ook monitoring blijft belangrijk. De output van AI-systemen moet worden geëvalueerd op kwaliteit en betrouwbaarheid. Bedrijven willen vermijden dat een model verkeerde informatie of ongepaste antwoorden geeft. 

Wat heb je nodig om een LLM te bouwen? 

Een eigen LLM ontwikkelen vraagt meer dan alleen software. In de praktijk zijn er drie belangrijke factoren: hardware, data en expertise. 

Hardware 

AI-training heeft goede en krachtige hardware nodig. GPU’s spelen daarbij een centrale rol omdat ze grote hoeveelheden parallelle berekeningen kunnen uitvoeren. De iets kleinere modellen hebben al genoeg aan krachtige werkstations. Die combineren meerdere GPU’s met veel RAM en snelle opslag, waardoor ontwikkelaars lokaal modellen kunnen testen. 

Data 

Naast hardware blijft data de belangrijkste factor. Bedrijven moeten kwalitatieve datasets hebben die relevant zijn voor hun toepassing. Dat betekent ook dat bedrijven moeten investeren in governance. Gevoelige bedrijfsinformatie moet beschermd blijven en data moeten goed beheerd worden om fouten of bias in het model te vermijden. 

Expertise 

Voor het bouwen van AI-systemen zijn verschillende soorten expertise nodig. Machine learning engineers ontwikkelen de modellen, terwijl data engineers de datasets voorbereiden en beheren. Ook softwareontwikkelaars en domeinexperts spelen een rol. Zeker in sectoren zoals gezondheidszorg of bankensector is menselijke controle essentieel om te garanderen dat AI-systemen correcte informatie geven. 

AI-ontwikkeling toegankelijker maken 

Door de grote omvang van AI-ontwikkeling zoeken technologiebedrijven naar manieren om het proces toegankelijker te maken voor bedrijven. Nieuwe platformen proberen de verschillende stappen van modelontwikkeling samen te brengen in één omgeving. 

Een voorbeeld daarvan is HP AI Studio. Dat platform biedt ontwikkelaars tools om AI-modellen te trainen, experimenten te beheren en modellen sneller naar productie te brengen. Door dat soort platformen hoeven teams minder infrastructuur zelf te beheren. Ontwikkelaars kunnen zich meer focussen op de modellen en toepassingen, terwijl de technische omgeving grotendeels wordt geautomatiseerd. 

AI-workloads op krachtige workstations 

Naast software speelt ook hardware een belangrijke rol in AI-ontwikkeling. Veel ontwikkelaars testen en bouwen modellen eerst lokaal voordat ze naar grotere infrastructuur worden opgeschaald.  HP positioneert zijn Z-workstations als systemen voor zware workloads zoals data-analyse, 3D-rendering en AI-training. Die workstations kunnen uitgerust worden met krachtige GPU’s en extreem grote hoeveelheden geheugen.  Voor ontwikkelaars betekent dat dat ze experimenten lokaal kunnen uitvoeren zonder meteen afhankelijk te zijn van cloudinfrastructuur. Dat kan niet alleen kosten besparen, maar ook voordelen bieden op vlak van dataprivacy.